zaterdag 2 april 2016

Op bezoek in "the land of the free"

Kort verslag van een studiereis naar Chicago, USA van 19 t/m 25 maart met een delagatie van het Koning Willem I College. Bekijk ook de foto-reportage!

Het is niet voor te stellen dat als FC Den Bosch een wedstrijdje moet voetballen tegen FC Oss, dat de wedstrijd begint met het volkslied.

In de Verenigde Staten gebeurt dat wel. We bezochten een basketbalwedstrijd van de Chicago Bulls en toen een zangeres het veld betrad en “The Star-Strangled Banner” inzette zag ik om mij heen iedereen gaan staan. Er werd veelvuldig meegezongen met de hand op de borst.

Ik heb het Amerikaanse volkslied natuurlijk vaker gehoord en van de tekst onthoud ik altijd alleen dat ene zinnetje uit het refrein als er gezongen wordt dat de met sterren bezaaide vlag wappert over “the land of the free”.

The land of the free.

Vrijheid is een groot goed, maar heeft ook een keerzijde. Ik heb tijdens mijn bezoek aan Chicago vooral veel ongelijkheid gezien.

Op mijn hotelkamer op de 23e verdieping keek ik uit op de Trump Tower als symbool van onbegrensde mogelijkheden. Dat is mooi gezegd maar in het vocabulaire van Trump betekent dat  “Alles kan en alles mag”.  De kamer zelf werd iedere dag schoon gemaakt door een dame uit Puerto Rico, waar ik dagelijks een praatje mee maakte en die mij verzekerde dat niet iedereen die op de 23e verdieping werkte legaal in het land was. Over haar eigen status wilde ze zich niet uitlaten.

Op de “Community Colleges” die we bezochten zag ik dat men in de Verenigde Staten goed is in de buitenkant. Logisch, want in “the land of the free” moet je jezelf kunnen verkopen om bestaansrecht te hebben.

Ik zag mooie gebouwen, posters en andere communicatie-uitingen, maar ik zag ook veel lege klaslokalen.

Wat me nog het meest boeide was dat er daar niet moeilijk wordt gedaan over leeftijdsverschillen in de klas. In ons onderwijssysteem wordt iedereen die van het vmbo komt als het ware door het systeem geduwd. Dat heeft tot gevolg dat als je 23 bent je eigenlijk al te oud bent om een mbo-opleiding te volgen. Daar is een gemêleerde klas met jongeren van 16,17,23,24 en een enkele verdwaalde veertiger eerder realiteit dan uitzondering. Dat is iets waar wij nog van kunnen leren. 


Onderwijssysteem in de Verenigde Staten 


De andere kant is natuurlijk dat ongelijkheid al begint bij je geboorte. Als je ouders geld hebben en je naar een “private high school” kunt, dan koop je als het ware je toegangsbewijs tot een dure universiteit.  Als je van een “public high school” komt is de realiteit vaak dat je eerst moet gaan werken om wat geld bij elkaar te schrapen om überhaupt verder te leren.

Ik zag op de “Community Colleges” ook veel betrokkenheid en begeleiders met een hart voor hun studenten . De “Community Colleges” zijn natuurlijk dé plek bij uitstek om iets aan die ongelijkheid in de samenleving te doen, al is het natuurlijk wel een beetje dweilen met de kraan open.

Op het congres zag ik een aantal aardige workshops, al was het kwaliteitsverschil enorm en gold ook hier dat ik veel buitenkant zag.

De workshop van Ken Trzaska van Seward County Community College sprak me nog het meest aan. Ken durft hard op te zeggen dat het begrip “Student Succes” een repeterende plaat is geworden en dat ie daar een beetje moe van wordt. Zijn stelling is juist om studenten op de tweede plaats te zetten. “Focus on your employee first!” Zorg voor je team en voor teamontwikkeling dus!


Het was tof om eens met een professionele bril in "the land of the free" rond te kijken. Op ons Nederlandse onderwijssysteem valt ook van alles aan te merken, maar al met al is het zo slecht nog niet.


Ontmoeting met stewardess en oud-leerling Jennifer 


De eerste avond gelijk op pad met Kees en Erwin


Klaar voor het congres
"After school matters"





Uitzicht vanaf mijn hotelkamer


Meest gefotografeerde plafond in Chicago


Workshop "Ethics"


Campagne "I am human"


Let op dat flesje Pepsi


Op Moraine Valley


Lokaalnummers ook in braille


"I will..."


Rooster en Faculty Pledge


Faculty Pledge


Wat betekende de docent voor de student? #relatie


Wat betekende de docent voor de student? #relatie


Wat betekende de docent voor de student? #relatie


v.r.n.l. Stephanie Kuijper, Michael Anthony, Michelle Brown, Sebastian Contreras en ikzelf op Oakton College


Diversiteit is echt een thema op Amerikaanse Community Colleges


Find where you belong. Poster op Oakton College


Finding his Path. Poster op Oakton College
It's Her Move. Poster op Oakton College

Ik wil Peter van Amelsfoort, Yvonne van den Dungen en Petra van Rixtel van het bureau Internationale Projecten bedanken voor de perfecte organisatie.

donderdag 17 maart 2016

Leerrecht

Vandaag is het de dag van de leerplicht. De leerplichtwet dateert uit 1969; ik was toen 4 jaar oud en ging naar de kleuterschool. Dat vond ik leuk en spannend.

Maar een wet is maar een wet en het woord leerplicht is echt niet meer van deze tijd. Ik vind dat we zouden moeten spreken van een leerrecht, want ieder kind heeft het recht om te leren en in het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind is dit ook opgenomen:

Elk kind heeft het recht op onderwijs dat hem/haar voorbereidt op een actief, verantwoordelijk leven als volwassene in een vrije samenleving met respect voor anderen en de omgeving.

Het verdrag dateert ook alweer van 1989. Ik was toen 24 jaar oud en net gestopt met mijn studie.

Hoewel cijfers en statistieken beweren dat het goed gaat met Nederlandse kinderen, zijn er wel blijvende zorgen. In 2014 stelde kinderombudsman Marc Dullaert: ‘Een op de negen kinderen leeft in armoede en goed onderwijs op maat voor kinderen die extra zorg nodig hebben, wordt maar geen vanzelfsprekendheid.’

Goed onderwijs is onderwijs dat uitdaagt en dat recht doet aan de drie psychologische basisbehoeften van ieder mens; relatie, autonomie en competentie.

In het mbo zien we op meerdere plaatsen hybride leeromgevingen ontstaan. Dit is een omgeving waarin praktijk en theorie dusdanig zijn verweven dat deze in hoge mate overeenkomt met de authentieke beroepspraktijk.

De school als het echte leven dus en zo hoort het ook te zijn. De school is een leergemeenschap, maar de school zou ook en vooral een leefgemeenschap moeten zijn.

Een plek waar je graag naar toe gaat om jezelf te ontwikkelen; als vakman of vakvrouw, als burger en als mens. Een plek waar je soms in de schoolbankjes zit en soms in een praktijkomgeving werkt. Een plek waar aandacht is voor vaktechniek, maar ook voor het ontwikkelen van een attitude en positieve levenshouding. Een plek waar je het leven leert. Een plek ook waar we als professionals ons stinkende best doen en het goede voorbeeld geven. Een plek waar we erkennen dat al onze leerlingen zorg en aandacht nodig hebben en dat sommige leerlingen extra zorg en aandacht nodig hebben.  


En dan nog moeten we ons realiseren dat er kinderen zijn die niet gemaakt zijn voor school en de school verlaten zonder startkwalificatie. Als samenleving is het onze plicht om ook hen te begeleiden naar een volwaardige plek in de maatschappij.


Op 31 maart verschijnt "Namen en rugnummers", U kunt er hier meer over lezen en hier een bestelling plaatsen. 


dinsdag 1 maart 2016

"Tuin der lusten" niet in Oeteldonkse Optocht

De "Tuin der lusten" was niet te zien tijdens de grote optocht op 6 maart.

Oeteldonkers Rob Bots en Reinoud van Uffelen toonden het schilderij tijdens de intocht op 7 februari onder het motto "Wij hebben um wel!". Bij de grote Jeroen Bosch tentoonstelling in het Noordbrabants Museum hing alleen een kopie van een zijpaneel.



Maar Bots en Van Uffelen hadden um dus wel! De heren hadden het schilderij in bruikleen gekregen en bij zorgvuldige restauratie was op de plek waar de fontein staat een afbeelding van Knillis met Hendrien tevoorschijn gekomen. Wetenschappers concludeerden derhalve dat Jeroen Bosch de "Tuin der lusten" in een schrikkeljaar moet hebben geschilderd.

Het schilderij stond sinds 7 februari gewoon bij Rob Bots in de garage. Daar is het woensdagavond licht beschadigd. Rond 23.00 uur begon er een lading sloopafval te schuiven op het GZG-terrein. Rob Bots: "Ik woon op zo'n 500 meter van het bewuste terrein en heel het huis trilde. De volgende ochtend zag ik dat het schilderij was omgevallen. Ik heb dat natuurlijk gelijk gemeld bij het Prado. Zij aarzelden eerst nog, maar toen er zaterdagavond ook nog een pand op de markt instortte waren ze klip en klaar. Het schilderij moest terug naar Spanje" 






zondag 21 februari 2016

Voortbouwen op goede resultaten

Op deze regenachtige zondag vond ik eindelijk de tijd om de langverwachte kamerbrief “Vervolg succesvolle aanpak voortijdig schoolverlaten” eens zorgvuldig te lezen. De brief verscheen afgelopen maandag, maar op die dag werden ook vsv-cijfers bekend gemaakt en de meeste publiciteit ging niet naar het toekomstige beleid maar naar de oude cijfers, want het ging over de vsv-cijfers van vorig schooljaar.

Toen in december 2014 de brief “meer kansen voor jongeren in een kwetsbare positie” verscheen, was de kritiek niet van de lucht. Ik hoorde mensen zeggen dat het een wel erg lange brief was, dat er wel erg veel voorbeelden werden genoemd en ook dat de drie beleidslijnen niet altijd even duidelijk waren.

Dat waren ze overigens wel, die drie beleidslijnen, maar daarvoor moest je de brief wel goed lezen, of misschien juist helemaal niet lezen en alleen onthouden wat de drie beleidslijnen waren.
  • Verbeteren van de aansluiting tussen vmbo, pro, vso en mbo.
  • Extra ruimte voor maatwerk in entreeopleidingen en op mbo-2 niveau.
  • Een sluitend vangnet in de regio.

Op het Koning Willem I College gingen we vanaf januari 2015 voortvarend te werk en formuleerden we onze beleidsuitgangspunten voor jongeren in een kwetsbare positie. Ook in de regio werden er stevige stappen gezet. Uit allerlei geledingen werd er meegepraat over het nieuwe beleid en op 4 februari, dus nog voor dat de brief verscheen, sprak ons regionaal bestuur zijn goedkeuring al uit voor onze regionale vervolgaanpak.

De op 15 februari verschenen brief stemt me hoopvol. Ook in deze brief vind ik dat er weer sprake is van veel herhaling, maar ach… ik ben een onderwijsman en ken de kracht van de herhaling. Door de bank genomen vind ik het een consistente brief met voldoende aanknopingspunten voor scholen, gemeenten en regio’s en met een duidelijk doel voor ogen, nóg meer jongeren met een kansrijk perspectief voorbereiden op hun toekomst.

Ergens op pagina 9 lees ik ook een zinnetje dat me trots maakt.

“Intussen heb ik vernomen dat men in veel regio’s reeds op de gevraagde wijze aan de slag is om de vervolgaanpak per augustus 2016 voor te bereiden.”

Voor de regio Noordoost-Brabant geldt dat zeker. Op 31 maart tekenen we een regionaal convenant 2016-2020. Daarin maken we afspraken over het verder terugdringen van vsv, maar ook over het versterken van de arbeidstoeleiding van jongeren in een kwetsbare positie. 

Op dezelfde dag presenteer ik mijn boekje “Namen en rugnummers”.  In het voorwoord schrijft Cor van Gerven, bestuurder bij het Koning Willem I College, het volgende:

“Terugkijkend op ons vsv-beleid de laatste jaren zie ik dat we sterke verbeteringen hebben bereikt. Het aantal voortijdig schoolverlaters is aanzienlijk gedaald. Het terugdringen van voortijdig schoolverlaten was destijds de aanleiding, de bijvangst is dat alle betrokkenen nu veel beter samenwerken. Dat betaalt zich ook uit in veel andere situaties waarin we elkaar nodig hebben en kunnen versterken. Dat maakt me blij en trots.”


Het is belangrijk om te blijven samenwerken. In de regio Noordoost-Brabant blijven we dat zeker doen. Voor onze jongeren!



Het boekje "Namen en rugnummers" is vanaf 31 maart te verkrijgen in de boekhandel. Meer informatie vindt u hier.

U kunt zich hier inschrijven voor de bijeenkomst op 31 maart. 

De genoemde kamerbrief van 15 februari 2016 kunt u hier downloaden.

maandag 1 februari 2016

"Namen en rugnummers" verschijnt 31 maart


Op 31 maart verschijnt mijn boekje "Namen en rugnummers". 

Het boekje wordt uitgegeven door Koning Willem I College / School voor de Toekomst en bevat 13 columns over onderwijs, opvoeding en schooluitval.

Deze columns schreef ik in de periode 2012 t/m 2015. Ze zijn speciaal voor deze uitgave geredigeerd en geactualiseerd. 

Cor van Gerven schreef een voorwoord. De redactie was in handen van Ankie van Hezewijk en Marc Heymans zorgde voor de vormgeving en het omslagontwerp.

De verkoopprijs bedraagt € 9,95 en het boek ligt vanaf 31 maart in de boekhandel. De opbrengst van het boek gaat in zijn geheel naar de Stichting Leergeld 's-Hertogenbosch.

U kunt ook een bestelling plaatsen via het bestelformulier.



donderdag 31 december 2015

Gastvrijheid

December 1987. Ik was 22 jaar en stond te liften in Palmyra, Syrië. Mijn reisdoel was Damascus in het zuidwesten en ik zou daarna verder reizen richting Jordanië en Egypte. Ik vond Syrië een prachtig land, maar ik had slechts een visum voor twee weken.


Binnen no-time had ik een lift van een zekere Joseph, hij was vrachtwagenchauffeur maar sprak geen woord Engels. Zijn gastvrijheid kende echter geen grenzen. Na een klein half uur parkeerde hij de vrachtwagen op een parkeerplaats midden in de woestijn. Er werd een onbestemd goedje bereid op een petroleumstelletje, het leek op linzensoep. Er was oud, plat brood dat opgebakken weer knapperig werd en prima smaakte. Het eten stond op tafel, of eigenlijk op een kleedje op de grond en toen kwamen de glazen tevoorschijn. Er  werd een zelf gebrouwen drankje geschonken: Arak. Het leek op Ouzo dat ik kende uit Griekenland en was vooral erg sterk.

Toen ik de volgende ochtend wakker werd was ik in Qamishli. Helemaal in het Noordoosten en dus aan de andere kant van het land.



We waren op een industrieterreintje waar het vooral erg stoffig was. Joseph bleek jute zakken met inhoud te vervoeren. Wat er inzat weet ik niet meer, wel dat de zakken ieder 50 kilogram wogen en dat er tientallen jongemannen tevoorschijn kwamen die in een mum van tijd en uiterst efficiënt de vrachtwagen leegmaakten.

Een van die jongemannen heette Ali en nam me mee naar zijn huis. Zijn oudere broer Hussein sprak een paar woorden Engels en ik kreeg een douche, een bed en een warme maaltijd. Zelfs het buskaartje naar Damascus, meer dan 700 kilometer verderop, werd voor mij betaald. De bus vertrok pas de volgende ochtend en de rest van de dag werd ik vooral aangestaard. Ik ervoer de gastvrijheid als enigszins beklemmend.

Gastvrijheid

December 2015. We hadden twee Syrische gasten aan tafel tijdens de kerstdagen. Het was bijzonder, maar het gaf me ook een ongemakkelijk gevoel. Want we blijven Nederlanders, zijn gesteld op onze privacy en onze gastvrijheid kent grenzen. Na drie nachten kwam er een eind aan de logeerpartij en bracht ik de jongens weer naar de noodopvanglocatie Heumensoord. Op de terugweg in de auto wist ik niet wat ik moest zeggen.

Gastvrijheid

“Groeten uit gastvrij ’s-Hertogenbosch” is toch vooral een commerciële boodschap en in de horeca-wereld wordt er zelfs gesproken over een gastvrijheidsconcept.

Maar gastvrijheid is geen concept en gastvrij ben je niet om er zelf beter van te worden. Daarom vind ik het ook moeilijk er op Facebook over te berichten of een column over te schrijven. Want over gastvrijheid moet je niet te veel praten.

Gastvrijheid is vooral een kwestie van doen.