zondag 5 juli 2015

Duikpak

Duiken is een sport die aan elkaar hangt van allerlei procedures, afspraken en controlemomenten. Duiken doe je altijd met een buddy en met die buddy voer je ook een buddycheck uit. De duiksport kent ook een kwalificatiestructuur waarbij je allerlei brevetten kunt halen en als je in opleiding bent voor zo'n brevet dan horen daar een aantal buitenduiken bij en die doe je met een buddy én een instructeur.

Mijn jongste zoon, 16 jaar is hij, deed vandaag zo'n buitenduik als ultieme afronding van zijn eerste brevet en ik was erbij. De duikclub had een mooie steiger uitgezocht op een half uurtje rijden van onze woonplaats en toen we daar aankwamen bleek mijn zoon zijn duikpak vergeten te zijn. Dat hing nog thuis aan de kapstok. "Potverdomme" was mijn eerste gedachte en ik zei het ook. "Ja, jij luistert ook nooit” zei mijn zoon en ook daar kon ik hem geen ongelijk in geven. Ik weet van mezelf dat ik goed kan luisteren, maar ik weet ook van mezelf dat mijn gedachten, zeker als ik het druk heb met werkbeslommeringen, soms af kunnen dwalen naar van alles en nog wat en als dat het geval is dan luister ik vaak maar half. Ik had hem wel iets horen zeggen en of ik dat in de auto wilde leggen en ik had duikspullen verstaan. De tas met spullen stond onder de trap en ik zei dat hij die zelf maar moest dragen. Hij gooide de tas in de auto en was in de veronderstelling dat ik het duikpak al in de auto had gelegd.

Daar stonden we dus, een half uur van huis, zonder dat duikpak en tot overmaat van ramp ook nog zonder duikschoenen want mijn zoon is een kind van gescheiden ouders en de duikschoenen had hij van de week nog schoongemaakt en “die staan nu nog bij mam”.

Bij de steiger was gelukkig een winkeltje en daar kon ik een duikpak huren met schoentjes erbij. “Doe maar een tientje” zei de man en in mijn portemonnee zaten nog precies twee briefjes van vijf. Mijn zoon stamelde nog “dat betaal ik wel van mijn eigen geld”, maar kon gelukkig nu wel zijn buitenduik gaan maken.

Ik nam plaats op een bankje en keek van een afstandje naar alle jonge duikers en de onvermoeibare vrijwilligers van de club die met liefde voor de sport en de jongeren hun werk deden. Een pittige klus, zeker omdat er ook nogal wat ouders rond krioelden.

Toen moest ik denken aan de lezing die ik twee weken geleden bijwoonde van de Groningse filosoof Ronald Hünneman. Hij vertelde iets wat ik wel wist, maar wat ik toch ook vaak weer vergeet. Hij vertelde dat hersenen groeien van achteren naar voren en dat de groei van de zogenaamde frontale kwab pas na de puberteit is voltooid en dat is iets waar ouders, docenten en eigenlijk alle begeleiders van jonge mensen rekening mee moeten houden. Zij moeten eigenlijk de frontale kwab van het kind zijn.

Maar als vader vind ik juist dat kinderen het meeste leren door te ervaren en te doen en dat betekent dan ook dat ik automatisch een aantal zaken gewoon loslaat en dat ik niet continu die frontale kwab wil zijn. Ik kan me wel druk maken om alles wat er continu mis zou kunnen gaan, maar ik kan ook gewoon accepteren dat dingen soms mis gaan, dat dat niet erg is en dat je daar ook iets van leert.

Als ik mijn rol als frontale kwab goed had vervuld had ik voor het starten van de auto even een procedure moeten doorlopen en moeten checken of duikpak, duikschoenen, duikbril, snorkel, duikvinnen, handdoek, drinken en lunchpakket aanwezig waren. Dan waren we er voor vertrek achter gekomen dat we niet compleet waren en dat had ons dan tien euro gescheeld.

Nu leerden zowel vader en zoon vandaag weer een wijze les en bij het avondeten noemde mijn jongste zoon het gebeurde een communicatiestoornis en dat was het natuurlijk ook. Als ik goed had geluisterd had ik gezegd dat hij zijn duikpak zelf in de auto moest leggen.

Hij mocht overigens twee keer duiken en heeft nu zijn duikbrevet. En die tien euro betaal ik zelf wel.



zondag 7 juni 2015

Hogerop

Nathalie rondde onlangs de mbo niveau 3-opleiding schoonheidsspecialist af en kon doorgaan op niveau 4. Maar Nathalie gaat volgend jaar een opleiding tot pedicure doen, ook op niveau 3. Nathalie wil zich graag in de breedte ontwikkelen en een ander vakgebied ontdekken.

Paul deed het gymnasium. Daarna ging hij naar de Pabo. “Ik wilde altijd al op een basisschool werken, maar ja, ik kon goed leren, dus ik heb het gymnasium maar afgemaakt”.

Marijn haalde haar havo-diploma. Ze dacht aan de kunstacademie maar ze wilde toch vooral iets ambachtelijks doen en ging naar het mbo om te leren hoe je meubels kunt maken. Dat beviel haar uitstekend.

Nathalie, Paul en Marijn maakten een keuze. Ze kozen welbewust voor een opleiding en dat was niet perse de hoogst haalbare opleiding.

Zelf ging ik na het behalen van mijn vwo-diploma naar de universiteit. Dat was wel het hoogst haalbare, maar werd geen succes. Ik ben gewoon niet zo’n wetenschappelijk type.

“Het stoort mij dat iedereen altijd maar hogerop wil”.

Dit was het citaat op de voorpagina van de Volkskrant waarmee het interview met onderwijsminister Jet Bussemaker werd aangekondigd. Er stond ook een foto bij.

Het lijkt me niet fijn als je als onderwijsminister wordt neergezet als iemand die het storend vindt dat mensen hogerop willen. Vervelend dat zo’n citaat een eigen leven gaat leiden en het is ook helemaal niet wat ze wilde zeggen. Uit het interview komt een veel genuanceerder beeld naar voren.

Bussemaker is sociaaldemocraat en voor sociaaldemocraten is onderwijs hét instrument om te komen tot een rechtvaardiger samenleving. Via onderwijs krijgen jongeren meer kansen dan hun ouders. Via onderwijs komen jongeren hoger op de maatschappelijke ladder. Onderwijs stelt jongeren in staat om actief deelnemer te worden aan het maatschappelijk proces van samenleven en werken.

Ouders willen het beste voor hun kind, maar verwarren het beste vaak met het hoogst haalbare. Het Nederlands onderwijsstelsel zit ook zo in elkaar dat je steeds geneigd bent maar hogerop en hogerop en hogerop te gaan. Net zolang tot je vastloopt. Op het hbo en op de universiteit vallen de studenten bij bosjes uit.

Ik geloof zeker dat de kwaliteit van het onderwijs op hbo en universiteit nog kan verbeteren. Maar uiteindelijk gaat het erom dat je op een plek komt die bij je past. De plek die bij je past is de plek waar je gelukkig bent en jezelf kan zijn. De plek ook waar je jouw kwaliteiten het best kan ontwikkelen.


En de plek die bij je past is dus niet altijd een plek hogerop.

vrijdag 5 juni 2015

Doorlopen

Het leuke van het volgen van onderwijsprofessionals op Twitter is dat je vaak mee wordt genomen in allerlei hersenspinsels en discussies. In hersenspinsels van docenten, van beleidsmedewerkers, van bestuurders, van journalisten. En in discussies tussen deze onderwijsprofessionals.

Hersenspinsels van kinderen vind je zelden op Twitter. Voor de meeste kinderen is het een hopeloos ouderwets medium, en dat geldt ook voor de meeste MBO- en HBO-studenten die zich zelf liever geen kind meer noemen.

Op Twitter wordt dus veel over kinderen, maar niet met kinderen gepraat.

"Ik schrijf een artikel over doorlopende leerlijnen, maar heb het steeds over doorlopende leerlingen." verzuchtte iemand eerder deze week. 

"Dat is ook een veel betere term" werd er gereageerd en ook werd er geroepen dat je altijd moet uitgaan van de leerling en niet van het systeem. Met zo'n uitspraak ben je bij mij aan het goede adres dus ik roep dan vrolijk mee, want dat kan op Twitter.

Toch zat het me niet lekker. 

Gedurende de werkweek bleef ik maar terugdenken aan de bewuste uitspraak en vandaag op de fiets besefte ik dat mijn ergernis niet zat in het woord leerlijn.

Inderdaad, als je het hebt over doorlopende leerlijnen heb je het heel erg over het systeem. Maar als je het woord leerlijn vervangt door leerling praat je in feite nog steeds over dat systeem. Net alsof het een doel is om leerlingen zo efficiënt mogelijk door dat systeem te persen, waarbij ze dan natuurlijk wel een beetje moeten doorlopen.

Doorlopende leerlijnen zijn heel belangrijk, begrijp me niet verkeerd, en het is goed dat daar in het onderwijs aandacht voor is. Het is ook fijn dat er doorlopende leerlingen zijn, maar als onderwijs alleen maar over doorlopen gaat dan sla je toch de plank mis.

Volwassen worden is een proces van vallen en opstaan, van hindernissen overwinnen, van proberen, van experimenteren en ervaren.

In dat proces lopen kinderen soms stevig door, maar soms staan ze ook even stil en kunnen ze gewoon niet verder. In het onderwijs is het onze taak om hen juist dan een helpende hand te bieden. 

In het onderwijs draait het niet om de doorlopende leerlijn, maar dus ook niet om de doorlopende leerling. 


Het draait om de leerling.

donderdag 16 april 2015

Drie letters

De afgelopen maanden had ik een aantal gesprekken met collega’s die verstand hebben van communicatie. Ik vind het leuk om te schrijven, maar deze professionals vertelden mij dat ik dat niet altijd volgens de regels doe.

VSV.

De drie letters kunnen verwijzen naar een voetbalclub uit Velserbroek of naar het gelijknamige boek van schrijver Leon de Winter, maar in onderwijsland bedoelen we er iets anders mee.

Het zijn drie letters die namelijk iedereen in het onderwijs wel kent. Het is een afkorting en de afkorting staat voor voortijdig schoolverlaten. Maar de betekenis van de afkorting is niet overal bekend en zelfs gerenommeerde kranten hebben het soms over vroegtijdig schoolverlaten. Wie ben ik om daar moeilijk over te doen. We weten inmiddels wel waar het over gaat.

De afkorting, is mij nu gebleken, schrijf je volgens de regels met kleine letters. Eigenlijk hoor je dus te schrijven vsv of in het begin van een zin met één hoofdletter.

Vsv.

Tien jaar geleden kende nog niemand de betekenis van de drie letters. De aanval op schooluitval wordt pas sinds 2008 stevig landelijk ingezet en daarmee werden de drie letters een regelrechte hype in onderwijsland.

Veel mensen zeggen er iets over, veel mensen willen er iets over zeggen. Meestal met goede bedoelingen, maar niet altijd met kennis van zaken.

Dat geeft niet want het is een feit dat door de aandacht voor de drie letters scholen beter hun werk zijn gaan doen.

Ik ben verbonden aan het Koning Willem I College en daar zagen we het aantal vsv-ers (of schrijf je vsv’ers?) dalen van 909 jongeren in schooljaar 2005/2006 naar 433 jongeren in schooljaar 2013/2014. In de regio Noordoost-Brabant waar ik verantwoordelijkheid draag voor het vsv-beleid zagen we in de zelfde periode een daling van 1923 jongeren naar 813 jongeren. Er is dus fors winst geboekt.

Maar dat is statistiek en we praten  uiteindelijk om een maatschappelijk en economisch belang.

Het hogere doel van vsv-beleid is immers dat jongeren niet maatschappelijk uitvallen en hun weg vinden op de arbeidsmarkt en er staan ook jongeren met een startkwalificatie langs de zijlijn.

In veel mbo-sectoren is er een overschot aan studenten en sluiten de curricula van de opleidingen niet aan op de arbeidsmarkt. Dat noodzaakt de mbo’s een nieuwe koers te varen en samen op te trekken en de Brabantse ROC’s proberen in Pact Brabant hun opleidingen toekomstbestendiger te maken.

In het vo, maar ook in het mbo, zijn er thuiszitters. Dat zijn jongeren met psychische klachten, jongeren met een heel ingewikkelde thuissituatie, jongeren met een angststoornis of zelfs jongeren waarvoor alle drie geldt. In het jargon spreekt men dan vaak over multi-problematiek. Exacte aantallen zijn moeilijk te geven, want deze jongeren staan gewoon ingeschreven, zijn dus geen vsv-er en niet zichtbaar in de statistiek.

We hebben veel winst geboekt, maar we hebben in het onderwijs ook nog een lange weg te gaan. Uit “De staat van het onderwijs - het Onderwijsverslag 2013/2014” dat de Inspectie van het Onderwijs gisteren presenteerde blijkt dat stapelen van opleidingen steeds minder voorkomt en laatbloeiers en kinderen uit lagere sociale milieus worden daar de dupe van.

Daarom herhaal ik nog maar eens mijn pleidooi voor het gebruik van die drie letters. In het onderwijs moeten we niet te veel over geld en cijfers ouwehoeren, maar samen onze schouders zetten onder het verbeteren van ons onderwijs.




Verstandig samen verbeteren.


Reactie van Jeanette Noordijk, voorzitter College van Bestuur Koning Willem I College

Leuke column, maar inhoudelijk ben ik het niet helemaal met je eens.

Het is niet juist dat het mbo niet goed aansluit op de arbeidsmarkt. Die mythe wordt steeds maar weer herhaald. Dat er geen banen zijn voor de zwakkere leerlingen is niet de schuld van het mbo en de arbeidsmarkt is grillig.


Het is ook niet zo dat er niet gestapeld kan worden. Iedere achterstandsleerling kan via het mbo nog steeds stapelend naar het hbo. In het vo wordt dat inderdaad moeilijker maar dat is ook terecht. Niet voor iedereen is de avo-route geschikt. De kern van het probleem is dat het avo-onderwijs nog altijd hoger in maatschappelijk aanzien staat, veel ouders daarom hun kinderen perse in die route willen hebben en de beroepskolom als minderwaardig beschouwen. 


Er is sprake van een stelselprobleem en een arbeidsmarkt die niet iedereen opneemt en die nauwelijks nog te voorspellen is. Dat verhaal moet nu verteld worden. Zeker nu we bij de harde kern vsv-ers komen en de oplossing nu grotendeels van anderen moet komen. Hoezeer wij natuurlijk als mbo ons best blijven doen.

donderdag 19 februari 2015

Onderwijs en Sociaal-Democratie

Een week na mijn 50e verjaardag werd ik gekozen als Afdelingsvoorzitter van PvdA Den Bosch. Sindsdien hebben nogal wat mensen mij gevraagd of ik politieke aspiraties heb en hoorde ik ook een aantal mensen zeggen dat ze niet wisten dat ik ook geïnteresseerd was in politiek.

Nou, de interesse in de politiek was er al jaren en met de aspiraties valt het wel mee. Het is wel een bewuste keuze om afdelingsvoorzitter te worden. Als voorzitter kun je immers van waarde zijn in een verbindende en dienende rol en dat is een rol die mij ligt. Dienend aan het grotere geheel, dienend aan de overige bestuursleden en dienend aan de fractie die na ruim vier decennia bestuurlijke verantwoordelijkheid oppositie voert. Verbindend buiten en binnen de partij en gelukkig is de PvdA een partij waar ook het interne debat niet geschuwd wordt en je het dus ook met je eigen partijleden oneens kan zijn, want over die (af)rekentoets heb ik ook zo mijn ideeën. 

In mijn visie op onderwijs draait het niet om toetsen.

In mijn visie op onderwijs draait het om de drie psychologische basisbehoeften. "Ieder mens is gebouwd om zichzelf te ontwikkelen en heeft een natuurlijke behoefte aan competentie, autonomie en relatie." zei professor Luc Stevens en in gewoon Nederlands zeg je dan gewoon “Ik kan het”, “Ik kan het zelf” en “Ik hoor erbij”.

Ik kan me slecht voorstellen dat er mensen zijn die deze visie niet onderschrijven, ook als ze bijvoorbeeld van een liberale of christelijke partij zijn. Toch kom ik juist bij de PvdA veel mensen tegen die, net als ik, hun dagelijkse brood verdienen in het onderwijs of in onderwijs-gerelateerd werk. Ik vond dat best opmerkelijk. In de publieke opinie wordt immers D66 altijd dé onderwijspartij genoemd. Gisteren las ik een blog van Frank van Hout, bestuurder op het ROC Friesland en ook PvdA-lid. Zijn blog gaf mij de woorden die ik zocht.

"Voor sociaaldemocraten is onderwijs van oudsher een belangrijk instrument om te komen tot een rechtvaardiger samenleving. Via onderwijs krijgen jongeren meer kansen dan hun ouders. Via onderwijs komen jongeren hoger op de maatschappelijke ladder. Onderwijs stelt jongeren in staat om actief deelnemer te worden aan het maatschappelijk proces van samenleven en werken. Goed onderwijs is een must."

In goed onderwijs gaat het om de relatie tussen leerkracht en leerling, docent en student, volwassene en kind. Maar het gaat om meer dan dat. Ook de relatie van de mensen in het onderwijs met hun maatschappelijk omgeving is belangrijk. Gemeenten zijn belangrijke partners voor scholen en ook de relatie met het bedrijfsleven mogen we niet vergeten. 

We leven in tijden van transities en de PvdA heeft het als regeringspartij zwaar te verduren. We zullen daar vast op afgerekend worden, maar toch is het belangrijk te blijven geloven in de sociaal-democratie. Ik ben er oprecht van overtuigd dat we over twintig jaar blij zijn dat juist de PvdA in deze regering zat. Een regering die een aantal belangrijke beslissingen nam waardoor ons land de komende jaren weer vooruit kan.

In tijden van transities worden lokale en regionale samenwerking steeds belangrijker. Dat geldt ook voor het onderwijs. Leren en werken horen bij elkaar en samen moeten we het doen. In mijn werk als Programmamanager Voortijdig Schoolverlaten kijk ik uit naar de samenwerking met de nieuwe wethouders in onze regio. Dat doe ik ook als Sociaal-Democraat en ik zal het daarom niet nalaten op te komen voor kansen en tweede kansen voor kwetsbare jongeren in onze regio.

Want het onderwijs is een belangrijk instrument om te komen tot een rechtvaardiger samenleving.



vrijdag 9 januari 2015

18

Als 18-jarige mag je opeens van alles wat je als 17-jarige nog niet mocht.

Als je 18 bent mag je stemmen.
Als je 18 bent mag je bier drinken.
Als je 18 bent mag je auto rijden zonder een 18plusser als bijrijder. 
Als je 18 bent mag je zelf een mobiel telefoonabonnement afsluiten. 
Als je 18 bent mag je helemaal zelf bepalen of je stopt met school.

Wanneer je het rijtje zo bekijkt, dan lijkt het wel alsof je op 18-jarige leeftijd plotsklaps volwassen bent. En wanneer je het rijtje zo bekijkt zou je haast denken dat het bij volwassen worden draait om rechten en plichten. Hoewel ik als vader soms ook de fout hebt gemaakt te denken dat het bij de opvoeding ging om rechten en plichten  is de werkelijkheid natuurlijk anders en veel weerbarstiger. Bij het volwassen worden en in de opvoeding draait het niet om rechten en plichten, maar om wortels en vleugels. "Goethe schreef ooit: ‘Zwei Dingen sollen Kinder von ihren Eltern bekommen: Wurzeln und Fluegel'. En zo is het. Maar ouders vertrouwen hun kinderen al vroeg toe aan het onderwijs en die opdracht ligt dus net zo goed bij ons." lees ik in het meerjarenplan van het Koning Willem I College.

Mijn zoon Stijn is 17. Hij behaalde vorig jaar een VWO-diploma, studeert en woont op kamers in een andere stad en geniet van zijn autonomie. Hij zal zich wel eens verslapen en een college missen, maar als ouder weet ik dat niet en hoef ik dat ook niet te weten. Die jongen redt zich wel.

Mijn stiefzoon Ivo is 18. Hij woont nog thuis, studeert op het mbo en heeft een druk leventje. Hij heeft een bijbaantje, loopt stage en geniet van het leven. Thuis kookt hij af en toe, maar hij vindt het ook fijn als het voor hem gedaan wordt. Die jongen redt zich wel, maar hij heeft nog geen startkwalificatie en het is toch een prettig gevoel dat hij op school goed begeleid wordt.

Ieder kind is anders en ieder kind bewandelt zijn eigen pad. De een slaat eerder zijn vleugels uit, terwijl de ander wat meer tijd nodig heeft zich te wortelen. 

Maar alle jonge mensen willen gezien worden om wie ze zijn en wat ze doen. Door goede begeleiding en aandacht ontdekken ze waar hun kracht  ligt om zich pas daarna zelfstandig verder te ontwikkelen. 

Begeleiding en aandacht zijn voor mij de sleutelwoorden bij het Ingrado-project "We missen je". Ik draag in dit project ook mijn steentje bij en doe dat door mee te praten in de projectgroep "herijking visie en beleid". Over de visie zijn we het van stuurgroep tot projectgroep inmiddels wel eens.

Onderwijs is een recht en geen plicht en ieder kind heeft behoefte aan aandacht en begeleiding. Dat houdt niet op als je 18 bent en daarom zouden 18plussers op dezelfde manier benaderd moeten worden als 18minners. Het is de verantwoordelijkheid van school om te zorgen voor goed en uitdagend onderwijs. Kinderen moeten immers naar school willen. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te helpen als een kind toch dreigt uit te vallen. Niet door te sanctioneren, maar door extra aandacht en begeleiding te bieden.

Scholen en gemeentes hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid en de "we" in "We missen je" staat voor die gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het is een prachtig motto, want ieder kind wil gemist worden. Dat houdt niet op als je 18 bent.

Deze column schreef ik voor Ingrado, de landelijke brancheorganisatie voor leerplicht en rmc. De column is ook hier te lezen.