donderdag 16 april 2015

Drie letters

De afgelopen maanden had ik een aantal gesprekken met collega’s die verstand hebben van communicatie. Ik vind het leuk om te schrijven, maar deze professionals vertelden mij dat ik dat niet altijd volgens de regels doe.

VSV.

De drie letters kunnen verwijzen naar een voetbalclub uit Velserbroek of naar het gelijknamige boek van schrijver Leon de Winter, maar in onderwijsland bedoelen we er iets anders mee.

Het zijn drie letters die namelijk iedereen in het onderwijs wel kent. Het is een afkorting en de afkorting staat voor voortijdig schoolverlaten. Maar de betekenis van de afkorting is niet overal bekend en zelfs gerenommeerde kranten hebben het soms over vroegtijdig schoolverlaten. Wie ben ik om daar moeilijk over te doen. We weten inmiddels wel waar het over gaat.

De afkorting, is mij nu gebleken, schrijf je volgens de regels met kleine letters. Eigenlijk hoor je dus te schrijven vsv of in het begin van een zin met één hoofdletter.

Vsv.

Tien jaar geleden kende nog niemand de betekenis van de drie letters. De aanval op schooluitval wordt pas sinds 2008 stevig landelijk ingezet en daarmee werden de drie letters een regelrechte hype in onderwijsland.

Veel mensen zeggen er iets over, veel mensen willen er iets over zeggen. Meestal met goede bedoelingen, maar niet altijd met kennis van zaken.

Dat geeft niet want het is een feit dat door de aandacht voor de drie letters scholen beter hun werk zijn gaan doen.

Ik ben verbonden aan het Koning Willem I College en daar zagen we het aantal vsv-ers (of schrijf je vsv’ers?) dalen van 909 jongeren in schooljaar 2005/2006 naar 433 jongeren in schooljaar 2013/2014. In de regio Noordoost-Brabant waar ik verantwoordelijkheid draag voor het vsv-beleid zagen we in de zelfde periode een daling van 1923 jongeren naar 813 jongeren. Er is dus fors winst geboekt.

Maar dat is statistiek en we praten  uiteindelijk om een maatschappelijk en economisch belang.

Het hogere doel van vsv-beleid is immers dat jongeren niet maatschappelijk uitvallen en hun weg vinden op de arbeidsmarkt en er staan ook jongeren met een startkwalificatie langs de zijlijn.

In veel mbo-sectoren is er een overschot aan studenten en sluiten de curricula van de opleidingen niet aan op de arbeidsmarkt. Dat noodzaakt de mbo’s een nieuwe koers te varen en samen op te trekken en de Brabantse ROC’s proberen in Pact Brabant hun opleidingen toekomstbestendiger te maken.

In het vo, maar ook in het mbo, zijn er thuiszitters. Dat zijn jongeren met psychische klachten, jongeren met een heel ingewikkelde thuissituatie, jongeren met een angststoornis of zelfs jongeren waarvoor alle drie geldt. In het jargon spreekt men dan vaak over multi-problematiek. Exacte aantallen zijn moeilijk te geven, want deze jongeren staan gewoon ingeschreven, zijn dus geen vsv-er en niet zichtbaar in de statistiek.

We hebben veel winst geboekt, maar we hebben in het onderwijs ook nog een lange weg te gaan. Uit “De staat van het onderwijs - het Onderwijsverslag 2013/2014” dat de Inspectie van het Onderwijs gisteren presenteerde blijkt dat stapelen van opleidingen steeds minder voorkomt en laatbloeiers en kinderen uit lagere sociale milieus worden daar de dupe van.

Daarom herhaal ik nog maar eens mijn pleidooi voor het gebruik van die drie letters. In het onderwijs moeten we niet te veel over geld en cijfers ouwehoeren, maar samen onze schouders zetten onder het verbeteren van ons onderwijs.




Verstandig samen verbeteren.


Reactie van Jeanette Noordijk, voorzitter College van Bestuur Koning Willem I College

Leuke column, maar inhoudelijk ben ik het niet helemaal met je eens.

Het is niet juist dat het mbo niet goed aansluit op de arbeidsmarkt. Die mythe wordt steeds maar weer herhaald. Dat er geen banen zijn voor de zwakkere leerlingen is niet de schuld van het mbo en de arbeidsmarkt is grillig.


Het is ook niet zo dat er niet gestapeld kan worden. Iedere achterstandsleerling kan via het mbo nog steeds stapelend naar het hbo. In het vo wordt dat inderdaad moeilijker maar dat is ook terecht. Niet voor iedereen is de avo-route geschikt. De kern van het probleem is dat het avo-onderwijs nog altijd hoger in maatschappelijk aanzien staat, veel ouders daarom hun kinderen perse in die route willen hebben en de beroepskolom als minderwaardig beschouwen. 


Er is sprake van een stelselprobleem en een arbeidsmarkt die niet iedereen opneemt en die nauwelijks nog te voorspellen is. Dat verhaal moet nu verteld worden. Zeker nu we bij de harde kern vsv-ers komen en de oplossing nu grotendeels van anderen moet komen. Hoezeer wij natuurlijk als mbo ons best blijven doen.

donderdag 19 februari 2015

Onderwijs en Sociaal-Democratie

Een week na mijn 50e verjaardag werd ik gekozen als Afdelingsvoorzitter van PvdA Den Bosch. Sindsdien hebben nogal wat mensen mij gevraagd of ik politieke aspiraties heb en hoorde ik ook een aantal mensen zeggen dat ze niet wisten dat ik ook geïnteresseerd was in politiek.

Nou, de interesse in de politiek was er al jaren en met de aspiraties valt het wel mee. Het is wel een bewuste keuze om afdelingsvoorzitter te worden. Als voorzitter kun je immers van waarde zijn in een verbindende en dienende rol en dat is een rol die mij ligt. Dienend aan het grotere geheel, dienend aan de overige bestuursleden en dienend aan de fractie die na ruim vier decennia bestuurlijke verantwoordelijkheid oppositie voert. Verbindend buiten en binnen de partij en gelukkig is de PvdA een partij waar ook het interne debat niet geschuwd wordt en je het dus ook met je eigen partijleden oneens kan zijn, want over die (af)rekentoets heb ik ook zo mijn ideeën. 

In mijn visie op onderwijs draait het niet om toetsen.

In mijn visie op onderwijs draait het om de drie psychologische basisbehoeften. "Ieder mens is gebouwd om zichzelf te ontwikkelen en heeft een natuurlijke behoefte aan competentie, autonomie en relatie." zei professor Luc Stevens en in gewoon Nederlands zeg je dan gewoon “Ik kan het”, “Ik kan het zelf” en “Ik hoor erbij”.

Ik kan me slecht voorstellen dat er mensen zijn die deze visie niet onderschrijven, ook als ze bijvoorbeeld van een liberale of christelijke partij zijn. Toch kom ik juist bij de PvdA veel mensen tegen die, net als ik, hun dagelijkse brood verdienen in het onderwijs of in onderwijs-gerelateerd werk. Ik vond dat best opmerkelijk. In de publieke opinie wordt immers D66 altijd dé onderwijspartij genoemd. Gisteren las ik een blog van Frank van Hout, bestuurder op het ROC Friesland en ook PvdA-lid. Zijn blog gaf mij de woorden die ik zocht.

"Voor sociaaldemocraten is onderwijs van oudsher een belangrijk instrument om te komen tot een rechtvaardiger samenleving. Via onderwijs krijgen jongeren meer kansen dan hun ouders. Via onderwijs komen jongeren hoger op de maatschappelijke ladder. Onderwijs stelt jongeren in staat om actief deelnemer te worden aan het maatschappelijk proces van samenleven en werken. Goed onderwijs is een must."

In goed onderwijs gaat het om de relatie tussen leerkracht en leerling, docent en student, volwassene en kind. Maar het gaat om meer dan dat. Ook de relatie van de mensen in het onderwijs met hun maatschappelijk omgeving is belangrijk. Gemeenten zijn belangrijke partners voor scholen en ook de relatie met het bedrijfsleven mogen we niet vergeten. 

We leven in tijden van transities en de PvdA heeft het als regeringspartij zwaar te verduren. We zullen daar vast op afgerekend worden, maar toch is het belangrijk te blijven geloven in de sociaal-democratie. Ik ben er oprecht van overtuigd dat we over twintig jaar blij zijn dat juist de PvdA in deze regering zat. Een regering die een aantal belangrijke beslissingen nam waardoor ons land de komende jaren weer vooruit kan.

In tijden van transities worden lokale en regionale samenwerking steeds belangrijker. Dat geldt ook voor het onderwijs. Leren en werken horen bij elkaar en samen moeten we het doen. In mijn werk als Programmamanager Voortijdig Schoolverlaten kijk ik uit naar de samenwerking met de nieuwe wethouders in onze regio. Dat doe ik ook als Sociaal-Democraat en ik zal het daarom niet nalaten op te komen voor kansen en tweede kansen voor kwetsbare jongeren in onze regio.

Want het onderwijs is een belangrijk instrument om te komen tot een rechtvaardiger samenleving.



vrijdag 9 januari 2015

18

Als 18-jarige mag je opeens van alles wat je als 17-jarige nog niet mocht.

Als je 18 bent mag je stemmen.
Als je 18 bent mag je bier drinken.
Als je 18 bent mag je auto rijden zonder een 18plusser als bijrijder. 
Als je 18 bent mag je zelf een mobiel telefoonabonnement afsluiten. 
Als je 18 bent mag je helemaal zelf bepalen of je stopt met school.

Wanneer je het rijtje zo bekijkt, dan lijkt het wel alsof je op 18-jarige leeftijd plotsklaps volwassen bent. En wanneer je het rijtje zo bekijkt zou je haast denken dat het bij volwassen worden draait om rechten en plichten. Hoewel ik als vader soms ook de fout hebt gemaakt te denken dat het bij de opvoeding ging om rechten en plichten  is de werkelijkheid natuurlijk anders en veel weerbarstiger. Bij het volwassen worden en in de opvoeding draait het niet om rechten en plichten, maar om wortels en vleugels. "Goethe schreef ooit: ‘Zwei Dingen sollen Kinder von ihren Eltern bekommen: Wurzeln und Fluegel'. En zo is het. Maar ouders vertrouwen hun kinderen al vroeg toe aan het onderwijs en die opdracht ligt dus net zo goed bij ons." lees ik in het meerjarenplan van het Koning Willem I College.

Mijn zoon Stijn is 17. Hij behaalde vorig jaar een VWO-diploma, studeert en woont op kamers in een andere stad en geniet van zijn autonomie. Hij zal zich wel eens verslapen en een college missen, maar als ouder weet ik dat niet en hoef ik dat ook niet te weten. Die jongen redt zich wel.

Mijn stiefzoon Ivo is 18. Hij woont nog thuis, studeert op het mbo en heeft een druk leventje. Hij heeft een bijbaantje, loopt stage en geniet van het leven. Thuis kookt hij af en toe, maar hij vindt het ook fijn als het voor hem gedaan wordt. Die jongen redt zich wel, maar hij heeft nog geen startkwalificatie en het is toch een prettig gevoel dat hij op school goed begeleid wordt.

Ieder kind is anders en ieder kind bewandelt zijn eigen pad. De een slaat eerder zijn vleugels uit, terwijl de ander wat meer tijd nodig heeft zich te wortelen. 

Maar alle jonge mensen willen gezien worden om wie ze zijn en wat ze doen. Door goede begeleiding en aandacht ontdekken ze waar hun kracht  ligt om zich pas daarna zelfstandig verder te ontwikkelen. 

Begeleiding en aandacht zijn voor mij de sleutelwoorden bij het Ingrado-project "We missen je". Ik draag in dit project ook mijn steentje bij en doe dat door mee te praten in de projectgroep "herijking visie en beleid". Over de visie zijn we het van stuurgroep tot projectgroep inmiddels wel eens.

Onderwijs is een recht en geen plicht en ieder kind heeft behoefte aan aandacht en begeleiding. Dat houdt niet op als je 18 bent en daarom zouden 18plussers op dezelfde manier benaderd moeten worden als 18minners. Het is de verantwoordelijkheid van school om te zorgen voor goed en uitdagend onderwijs. Kinderen moeten immers naar school willen. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te helpen als een kind toch dreigt uit te vallen. Niet door te sanctioneren, maar door extra aandacht en begeleiding te bieden.

Scholen en gemeentes hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid en de "we" in "We missen je" staat voor die gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het is een prachtig motto, want ieder kind wil gemist worden. Dat houdt niet op als je 18 bent.

Deze column schreef ik voor Ingrado, de landelijke brancheorganisatie voor leerplicht en rmc. De column is ook hier te lezen.








woensdag 10 december 2014

Relatie

In 2015 gaat het ministerie kwaliteitsafspraken maken met mbo-instellingen.

Kwaliteitsafspraken.

De kwaliteit van het onderwijs wordt in eerste instantie bepaald door de kwaliteit van de relatie tussen onderwijzer en leerling, docent en student, volwassene en kind.

Het overgrote deel van de leerlingen op het mbo is tussen 16 en 20 jaar. Jonge mensen op de drempel van volwassenheid. Jonge mensen met vaak al een hele levensgeschiedenis achter zich. Jonge mensen die wat sturing en betrokken begeleiding nodig hebben. Kinderen.

Luc Stevens, emeritus hoogleraar Orthopedagogiek, praat consequent over kinderen. Of ze nu in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs of het middelbaar beroepsonderwijs zitten. Stevens onderscheidt drie psychologische basisbehoeften die gelden voor ieder mens en dus ook voor kinderen. “Ieder mens is gebouwd om zichzelf te ontwikkelen en heeft een natuurlijke behoefte aan competentie, autonomie en relatie.”

In gewoon Nederlands zeg je dan “Ik kan het”, “Ik kan het zelf” en “Ik hoor erbij”.

Kinderen willen erbij horen en hebben dus behoefte aan relatie, zowel met hun leerkrachten als met andere kinderen. De relatie is dus essentieel in het onderwijs. Een relatie kan iemand maken of breken. In een goede relatie leer je van de ander, maar leert de ander ook van jou. In een goede relatie is er sprake van respect voor elkaar. In een goede relatie stimuleer je elkaar. In een goede relatie laat je elkaar los als dat nodig is en steun je elkaar juist als daar behoefte aan is.

In een relatie is ook lichamelijk contact belangrijk. Een handdruk, een aai over de bol, een hand op de schouder, een schop onder de kont, al is die laatste natuurlijk figuurlijk bedoeld.

In het mbo worden jonge mensen voorbereid op een beroepsloopbaan maar in het mbo ontdekken jonge mensen ook wie ze daadwerkelijk zelf zijn. ‘Jezelf zijn’ is waar het om draait in het leven en dus ook op school. In het gelijknamige boek van professor Dolf van den Berg wordt aan de hand van de eeuwenoude lemniscaat uitgelegd dat je jezelf altijd bent in relatie tot de ander. Daarom is de relatie docent-student of leraar-leerling zo belangrijk. Het is een relatie waarin de student alleen zichzelf kan zijn en alleen kan ontdekken wie hij zelf is als de docent dat ook is.

Het onderwijs. De overdracht. De ontmoeting. De dialoog.

Vier zelfstandige naamwoorden, maar wel vier zelfstandige naamwoorden waar een relatie voor nodig is.

De kwaliteit van het onderwijs wordt in eerste instantie bepaald door de kwaliteit van die relatie.

Relatie.


Ik vind het ook een veel mooier woord dan kwaliteitsafspraken.



Deze column verscheen vandaag op www.profielactueel.nl en is ook hier te lezen.


woensdag 26 november 2014

Dat mag niet

Iedereen verdient kansen en tweede kansen.

Een collega had me gevraagd te participeren in het Europese project "2nd Chance" en ik hoopte dat het een project zou worden waarin ik inspiratie op zou doen op het gebied van tweedekansonderwijs. Met projectdeelnemers uit Zwitserland, Duitsland, Italië, Polen en Nederland leek er in ieder geval ruim voldoende internationale inbreng te zijn. Vol enthousiasme schreef ik bij aanvang van het project in november 2013 de column "Tweede kans". Nu ruim een jaar later constateer ik dat ik in dit project een beetje aan de zijlijn sta. Het gaat namelijk om een TOI-project. TOI staat voor transfer of innovation en de innovatie in dit project is een Duits model waarmee mensen met afstand tot de arbeidsmarkt via een modulair aanbod en zonder eindexamen toch een kwalificatie kunnen halen. "The German model" heet het inmiddels onder de projectdeelnemers en je kunt er van zeggen wat je wilt maar het model deugt. Het draait om individuele talentontwikkeling.



De innovatie moet getransfereerd worden naar Zwitserland, vandaar ook dat maar liefst 6 van de 11 partners in dit project uit Zwitserland komen. Na drie bijeenkomsten zie ik dat die 6 projectpartners vooral met elkaar in de clinch liggen over de uitvoerbaarheid van het project. Als Nederlandse projectpartner heb ik vooral een adviserende rol.

"Dat mag niet" is in het Nederlands onderwijslandschap een veelgehoorde kreet. Met een mooi woord noem je dat externe attributie. We doen iets niet omdat we denken dat het van iemand anders niet mag.  Zeg maar het tegenovergestelde van ondernemendheid, nog zo'n mooi woord dat je de laatste tijd vaak hoort.

Dat mag niet.

Ook in Zwitserland roepen ze dat. Gisteren waren een aantal projectpartners bijeen in Berlijn en daar was ik getuige van een discussie tussen een afgevaardigde uit het kanton Ticino die beweerde dat het model slechts gedeeltelijk ingevoerd kon worden en een afgevaardigde van een landelijke organisatie die met de wettekst in zijn hand liet zien dat men op regionaal niveau wel degelijk verantwoordelijkheid kan nemen iets te veranderen. 

De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik de projectinhoud van te voren niet voldoende had bestudeerd. Als ik dat had gedaan was ik wellicht helemaal niet in dit project gestapt, maar ik kan nu gelukkig toch zeggen dat ik iets moois heb geleerd in dit project. Iets dat ik misschien  al wist, maar iets waar ik gisteren in dat achteraflokaal in het voormalige Oost-Berlijn weer eens ten volle mee werd geconfronteerd.

Verbeteringen in het onderwijs moeten komen van mensen die werken in het onderwijs en echte verbeteringen komen alleen als mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen handelen. 

Wet- en regelgeving moeten er zijn, maar soms moet je een beetje burgerlijk ongehoorzaam willen zijn. Daarbij, mensen mogen vaak meer dan dat ze denken dat ze mogen. In die overtuiging probeer ik mijn bijdrage te leveren in dit ene project, maar vooral ook in eigen land. Omdat ook het Nederlands onderwijs- en kwalificatiesysteem flexibeler zou kunnen zijn voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Omdat ook het Nederlands onderwijs- en kwalificatiesysteem flexibeler zou kunnen zijn voor mensen die hun eerste kans verprutst hebben.


Want iedereen verdient kansen en tweede kansen.

dinsdag 11 november 2014

Betrokken begeleiding

"Uiteindelijk draait het om betrokken begeleiding" is een stuk dat ik schreef ter afronding van de ECBO-leergang BVE.

Het is hier te lezen, maar op verzoek kan ik het u ook per post versturen. Stuur me even een mailtje met uw adresgegevens.

dinsdag 24 juni 2014

Levenslessen

In het onderwijs ben je in de eerste plaats een opvoeder. Je draagt immers de pedagogische verantwoordelijkheid over kinderen. Ik ben er van overtuigd dat jonge mensen in hun ontwikkeling een rolmodel nodig hebben en dat is wat ik probeer te zijn. En of je nu onderwijzer, meester, leraar, mentor, studieloopbaanbegeleider of vader bent; het belangrijkste instrument dat je hebt in de opvoeding ben je zelf. Ieder mens is het product van zijn eigen biografie, en ik geef u een inkijkje in de mijne.

‘Vader Bert’ overleed in 2005. Ik was toen nog getrouwd en hij was mijn schoonvader. “Je hoeft je gelijk niet te halen, want ik geef het je nu” was een uitspraak van hem die nog vaak door mijn hoofd schiet in bepaalde situaties.

Mijn eigen vader overleed vorig jaar. Van hem leerde ik dat je niet moet mopperen als het tegenzit, maar je werk goed en zorgvuldig moet doen en aandacht moet hebben voor de mensen om je heen. “En als je kansen slecht staan dan neem je een goede houding aan” zei hij regelmatig en dat had hij weer van zijn vader geleerd.

Nu ben ik bijna 50 en zelf vader van drie zoons en twee stiefzoons. Ik heb het verdriet van mijn scheiding achter mij gelaten, maar realiseer me ook dat ik mijn zoons Lennard, Stijn en Josse tekort heb gedaan. Een echtscheiding heeft grote gevolgen voor kinderen. Ruben en Ivo noemen mij gewoon Reinoud en geen stiefvader. Ze verloren hun eigen vader Hans op jonge leeftijd, maar gelukkig komt hij nog vaak ter sprake en kunnen ze ook benoemen welke levenslessen ze van hem hebben geleerd.


Op school leerde ik de stelling van Pythagoras, de Duitse naamvallen, de wet van de zwaartekracht en het multipliereffect en al die dingen ben ik ook weer vergeten. Wat de echte levenslessen zijn weet je meestal pas als je ouder wordt.

Mijn rol als ouder en als onderwijzer bijten elkaar soms. Als vader kan ik soms mijn eigen pedagogische inzichten helemaal vergeten. Wat is het toch verrekte lastig om je emoties op een goede manier te gebruiken als het gaat om je eigen kinderen. En wat is het toch verrekte lastig als je als vader vindt dat ze op school je eigen kind te streng aanpakken. Als vader geef ik mijn kinderen graag ruimte en vertrouwen en dat botst wel eens met de regels van school.

Mijn zoon Stijn krijgt deze week zijn diploma en gaat na de zomervakantie studeren in Nijmegen. Hij was wel klaar met school en school was klaar met hem. In zijn zoektocht naar autonomie kleurde hij vaak buiten de lijntjes en dat betekende de nodige botsingen en gesprekken met de coördinator en de rector en bovendien meerdere bezoekjes aan de leerplichtambtenaar. Als vader zat ik erbij en keek ik ernaar.

“Heb de moed om als ouder niet perfect te zijn” hoorde ik laatst iemand zeggen en ik dacht aan wat ik goed en niet goed had gedaan. Welke levenslessen mijn zoons daarvan hebben geleerd, mogen ze zelf zeggen als ze bijna 50 zijn.

Bij toerbeurt geven vier panelleden hun visie op onderwijs. Deze week Reinoud van Uffelen. Hij werkt namens het Koning Willem I College als Programmamanager Voortijdig Schoolverlaten voor de regio Noordoost-Brabant.