vrijdag 23 oktober 2015

We zijn op de goede weg

Ik schreef een serie rond het thema "Ouderbetrokkenheid" in het mbo en hbo. Vandaag deel 3: de afdeling MTS op het Koning Willem I College.

“We zijn op de goede weg”, zegt Ingrid Moran. “Op de Middelbare Techniek School zien we dat er steeds meer draagvlak is om de begeleiding van studenten structureel op te pakken.” vult Bert Verhoeven aan. Bert werkt al enige tijd als Techniekmakelaar binnen de MTS en Ingrid is dit schooljaar gestart om Loopbaanoriëntatie- en begeleiding meer handen en voeten te geven op de afdeling.

In de Techniek zijn er tientallen verschillende opleidingen en van oudsher waren dat vooral BBL-opleidingen. Studenten komen dan maar één dag in de week op school en werken vier dagen in een bedrijf. Bert Verhoeven: “Het bedrijfsleven is jarenlang de natuurlijke gesprekspartner geweest van onze docenten, daardoor was er minder aandacht voor de ouders.”

“Maar dat is aan het veranderen” zegt Ingrid Moran. “Meer en meer wordt er werk gemaakt van het contact met ouders. We hebben daar best nog wel iets in te leren maar het begin is er. Ouderavonden en algemene informatiemomenten hebben tegenwoordig een vaste plek op de jaaragenda en als het even kan brengen we op zo’n avond een bezoek aan de praktijkruimte. Dat is wat de ouders willen zien, want daar leert hun zoon of dochter een vak.”

Bert Verhoeven: “Aanleiding van deze positieve verandering in het contact dat we hebben met ouders is eigenlijk het feit dat het aandeel BBL-ers behoorlijk is afgenomen ten opzichte van het aantal BOL-ers. “Die jong zitten tegenwoordig hele weken op school. Voor ouders is het dan toch echt belangrijk dat ze weten hoe het er hier aan toe gaat. Maar ook voor beginnende BBL-studenten is het belangrijk dat er contact met de ouders is. Die gasten zijn nog zo jong en worden al snel overgeleverd aan het bedrijfsleven. Op de MTS is de mentor de eerste contactpersoon naar de ouders, maar we hebben zoveel opleidingen en sommige opleidingen hebben een team dat bestaat uit één vakdocent die dan tegelijkertijd de mentor is. Het is best een pittige klus om met al die ouders in contact te komen en te blijven.”

“In mijn werk als Techniekmakelaar” spreek ik met jongeren die uitvallen op een opleiding. Bij een eerste gesprek nodig ik altijd de ouders uit, 18+ of 18-. Ouders willen toch het beste voor hun kind en met hun hulp krijgen we weer een hoop jongens op het goede spoor. Daar gaat het uiteindelijk om, dat die gasten een beroepsopleiding afronden en gelukkig een vak uitoefenen. Ouders kunnen daarbij van grote steun zijn.”

Lees hier deel 2 uit deze serie: "Ouders komen voor hun kind"


Lees hier deel 1 uit deze serie: "Ouders zijn trots op dat uniform"



dinsdag 20 oktober 2015

MBO-Agenda SAMEN VERDER

Op 19 oktober presenteerde ik samen met Henny Wibbelink van de gemeente 's-Hertogenbosch de MBO-Agenda SAMEN VERDER. 




Momenteel is een groep van tien kartrekkers volop bezig met de uitvoering van deze beleidsagenda.

De agenda kunt u hier digitaal inzien. 

En klik op het krantenartikel als u dat volledig wilt lezen.





zondag 11 oktober 2015

Ouders komen voor hun kind

Ik schreef een serie rond het thema "Ouderbetrokkenheid" in het mbo en hbo. Vandaag deel 2: de afdeling Kind & Educatie op het Koning Willem I College.


“Met alleen een ouderavond waarin met een PowerPoint-presentatie iets wordt verteld over de opleiding haal je ouders wel in de school, maar bereik je ze niet echt. Er wordt dan vooral veel gezonden en echte interactie is er niet”, zegt Jolanda van den Heuvel, afdelingsdirecteur bij Kind & Educatie. “Ouders komen niet alleen voor opleidingstabellen en Plannen van Toetsing en Examinering; ouders komen vooral voor hun kind en ouders komen voor de mentor. Ze willen weten wie hun kind begeleidt.”




“Wij hebben hier sinds een paar jaar een geweldig systeem waarmee allerhande materialen worden gerecycled. Op de kleuterschool krijgen kleuters en dus ouders vaak de vraag om lege melkpakken of wc-rollen mee te nemen. Nou, bij ons wordt die vraag ook gesteld, maar dan in het groot. Je kunt het zo gek niet bedenken of wij kunnen het gebruiken, allerlei gerecyclede materialen gesorteerd op vorm, kleur,  grootte noem maar op. Van al die materialen maken onze studenten de prachtigste kunstwerken en die kunstwerken worden op de ouderavond ten toon gesteld. Als je dan rondloopt zie je ouders trots de kunstwerken van hun zoon of dochter bekijken. Maar je ziet ook dat studenten hun ouders rondleiden, werkstukken van klasgenoten aanwijzen en hun ouders voorstellen aan de mentor. Op die avonden gaat de interactie vanzelf. Er zijn statafels, het is laagdrempelig en de gesprekken ontstaan spontaan. Op zo’n ouderavond sta ik aan de deur, dan weten ouders ook gelijk wie ik ben”.



Het allerbelangrijkste in het contact met ouders is dat mentoren kunnen putten uit een arsenaal van gespreksvaardigheden. We hebben ook 10-minutengesprekken, waarop iedereen mag komen, ook als het goed gaat, of misschien wel juist als het goed gaat. Het is namelijk net zo belangrijk om complimentjes te geven. Als het lastig wordt is het belangrijk dat je als afdelingsdirecteur aanspreekbaar bent voor iedereen. Ik zie graag kritische ouders, maar er zijn ook ouders die niet altijd open staan voor de werkelijkheid. Dat is niet altijd makkelijk en soms voel ik me wel eens een mediator.”

Lees hier deel 1 uit deze serie: "Ouders zijn trots op dat uniform"



dinsdag 6 oktober 2015

Ouders zijn trots op dat uniform

Ik schreef een serie korte reportages rond het thema "Ouderbetrokkenheid" op het Koning Willem I College en bij Fontys Hogeschool. Vandaag deel 1.

“Wij hebben best opgevoede ouders” lacht Jordi Palte als hij vertelt over hoe er bij de Academie Orde & Veiligheid wordt omgegaan met ouders. “In onze opleidingen is er veel aandacht voor discipline en die discipline zie je bij de ouders terug, bij de ouderavonden ligt het opkomstpercentage bijna altijd tegen de 100%.”




“We hebben eigenlijk drie soorten opleidingen” vervolgt Jordi. “Defensieopleidingen, politieopleidingen en de opleiding tot particulier beveiliger. Iedere student op onze opleiding loopt in een uniform en dat doen ze ook op de ouderavond. Je ziet dan de ouders stilletjes trots zijn op hun kind en op dat uniform.”

“Dat uniform moet ruim voor aanvang van de opleiding gepast worden en dat betekent dat alle aankomende studenten én alle ouders al voor de zomervakantie een keer op school zijn geweest. Dan vertellen we wat we van de studenten en hun ouders verwachten, is er gelegenheid om alles te vragen, krijgen de ouders de studiegids en is er duidelijke informatie over het kostenplaatje van de opleiding. De ouders die echt niet kunnen, en dat zijn er ieder jaar maar een heel klein aantal, moeten zich persoonlijk afmelden. Wij betrekken de ouders dus al op een heel vroeg moment bij de opleiding. Op die dag vullen alle ouders ook een formulier in zodat we de meest recente NAW-gegevens hebben. Reuze-gemakkelijk voor mentoren en het management van de afdeling. Als de defensiestudenten bijvoorbeeld een week op bivak gaan worden de ouders ook van te voren geïnformeerd of eigenlijk gebriefd om in defensietermen te blijven.

Door het jaar heen is er regelmatig contact met ouders. Er zijn ouderavonden en je kunt zeggen dat de mentor tegen de kerstvakantie wel een keer met iedere ouder in contact is geweest.

Hoogtepunt van het jaar bij de defensieopleidingen is toch wel de ouderdag op de Vughterheide.  Ouders zien dan niet alleen hun kind in actie, maar doen ook zelf mee. Ze vinden dat echt ontzettend leuk.

Onze studenten stromen na onze opleidingen vaak door naar politie of defensie. Dat betekent dat er in het tweede leerjaar altijd weer een ouderavond is met de wervingsvoorlichters van defensie en politie. Ook daar zijn vrijwel alle ouders present. Het gaat tenslotte om de toekomst van hun kind.” 



woensdag 16 september 2015

Namen en rugnummers

“Aan namen heb ik niets, rugnummers moet ik hebben”.  Deze legendarische uitspraak is van Barend Barendse en dateert alweer van 23 mei 1958. Barendse riep dit toen hij verslag deed van een wielerwedstrijd en op zijn koptelefoon de melding kreeg dat Piere Pfimlin was gevallen. Maar Pfimlin was geen wielrenner maar de Franse premier.



Namen en rugnummers.

De combinatie van de twee woorden wordt tegenwoordig vooral veel gebruikt door politici en bestuurders. “Leuk die cijfers, maar ik wil namen en rugnummers zien”.  Op die manier denkt men een abstract probleem concreter te kunnen duiden.

Ook in onderwijsland wordt er gepraat over namen en rugnummers. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) levert de school rapportages die zo heten en er is zelfs een heus Programma van Levering Namen en Rugnummers. Op die manier helpt DUO de scholen inzichtelijk te maken wie nu eigenlijk de Voortijdig Schoolverlaters zijn.

Nu werk ik op een school met meer dan 13000 leerlingen en daarvan verlaten er ieder jaar nog een aantal de school zonder diploma. Dat aantal is weliswaar de afgelopen 10 jaar zo’n beetje gehalveerd maar toch vond ik in de maandrapportage van 1 september nog 491 namen.

Deze 491 namen hebben geen rugnummer, wel een BSN-nummer en een leerling-nummer. En toen ze nog op school zaten hadden ze ook nog een opleidingscode en een groepscode.

Maar nummers en codes zeggen zo weinig. Vandaag heb ik de 491 leerlingkaarten van deze 491 jongeren in mijn handen gehad, gesorteerd en geanalyseerd. Op de kaarten staat ook een foto en vandaag werd ik dus aangekeken door 491 Voortijdig Schoolverlaters.

Ze hebben allemaal een gezicht. Een klein aantal ken ik persoonlijk, en ik moest even slikken toen ik sommige koppies zag.

Inmiddels heb ik de conclusie getrokken dat we ons in de aanval op schooluitval niet meer schuldig moeten maken aan cijferfetisjisme. De statistieken zeggen dat het aantal VSV-ers sinds 2001 landelijk is gedaald van 71.000 naar iets meer dan 25.000. Daarmee is de grens wel zo’n beetje bereikt. Bij mij op school denken we dat er cijfermatig niet veel winst meer te boeken is. Het aantal van 491 is zelfs iets hoger dan vorig jaar rond deze tijd.

Natuurlijk ben ik volgende maand weer benieuwd naar de nieuwe rapportages. Cijfers zijn belangrijk, maar er is ook een ander soort winst te boeken.

Iedere leerling heeft behalve een nummer ook een naam en een gezicht. Het is belangrijk dat we echt weten wie onze VSV-ers zijn en wat hun verhaal is. En als ze dan toch de school verlaten zonder diploma dan toch in ieder geval door de voordeur, met een goed eindgesprek en een stevige handdruk.

Vrij naar Barend Barendse zeg ik daarom: Aan rugnummers heb ik niets, namen wil ik hebben en gezichten wil ik zien.




dinsdag 1 september 2015

Aanraken

Korte boekrecensie voor De Nieuwe Meso. Ook hier te lezen.

Toen ik als docent werkte in het mbo vond ik het een goede gewoonte om al mijn leerlingen bij aanvang van het schooljaar een hand te geven. Een stevige handdruk waarbij ik de ander goed aankeek. Een belangrijk begin van het schooljaar.
In mijn overtuiging ben je in het onderwijs in de eerste plaats een opvoeder. Je hebt immers de pedagogische verantwoordelijkheid over kinderen. En bij opvoeding hoort ook aanraking. Aanraken en aangeraakt worden is een normale behoefte van ieder mens. “Aanraken is een levensbehoefte en omdat aanraken tot verbondenheid leidt met jezelf, de ander en de wereld om je heen, mag het pedagogisch handelen nooit verworden tot een instrumentele aanpak.”  Aldus Simone Mark in haar boek Pedagogisch Contact, Verbondenheid door aanraking (Centrum voor Pedagogisch Contact, 2015).
Mark bewaart goede herinneringen aan haar kleuterjuf en toen ze jaren later zelf ging lesgeven werd ze zich er van bewust dat ze haar leerlingen als vanzelfsprekend aanraakte zoals haar kleuterjuf deed. “Het is nooit voorgekomen dat een leerling afwijzend reageerde. Zodoende werd aanraken voor mij een normaal aspect van communicatie met kinderen.”
Het boek biedt een theoretische verdieping op het begrip “aanraking”. Het is een boek dat je van begin tot eind kunt doorlezen, maar ook een boek waar je af en toe in kunt bladeren om stil te staan bij je eigen pedagogische professionaliteit. Regelmatig stelt Mark reflectieve vragen aan de lezer. Het boek sluit af met een aantal opdrachten en casussen.
Met dit boek heeft Simone Mark geprobeerd het aanraken van kinderen in een professionele context uit een kramp te halen. Daar is ze wat mij betreft zeker in geslaagd. Want in het onderwijs draait het niet om protocollen en angst voor aanraking. In het onderwijs draait het om écht contact en interactie. Aanraken hoort daar bij. 

Meer info: www.pedagogischcontact.nl

zondag 26 juli 2015

Rustdag



Dinsdag 21 juli 2015. Het was een rustdag in de Tour de France. De renners likten hun wonden na twee weken op de fiets. Er waren persconferenties, extra lange massages, een enkeling liet zijn vrouw overkomen en natuurlijk werden de spieren losgetrapt tijdens een ontspannen trainingsritje. Op zo'n rustdag is het toch primair de bedoeling om energie op te doen voor het vervolg van de Tour al klaagt ook menig renner omdat je door zo'n rustdag ook uit je ritme en dagelijkse routine wordt gehaald.

Een rustdag.

Die 21e juli was voor mij ook een rustdag. Een niet geplande rustdag weliswaar, maar toch een rustdag. Een dag waarop ik energie op zou kunnen doen, maar ook een dag waarmee ik uit mijn ritme werd gehaald.

De 19e waren Ankie en ik op de nachttrein naar Basel gestapt, waar de 20e onze fietsvakantie begon. Na 70 kilometer fietsen langs de Rijn, een kort middagdutje en een Weissenbier op het terras vlogen we die avond echter alweer terug. Er was gebeld; mijn schoonmoeder was stervende en het was toch maar beter om naar huis te komen. 

Vervolgens liep ik tegen mijn onbedwingbare behoefte aan om altijd alles zelf te willen regelen. Pas nadat ik allerlei scenario's had doorlopen en uitgedacht kwam het in me op dat ik ook gewoon de reisverzekering kon bellen. "Wij kunnen ook helpen hoor" zei de mevrouw van de verzekeringsmaatschappij en nog geen uur later zaten we in een taxi op weg naar de luchthaven van Zurich.

Nu was het dus de 21e en was ik weer thuis. Ankie en haar broers en zussen waakten bij hun stervende moeder en keken om naar hun oude en breekbare vader. Ik zag van een afstandje dat ze het goed deden samen en voortgedreven werden door een hoeveelheid adrenaline. Ik herkende dat maar al te goed, bij de plotselinge dood van mijn vader in 2013 had ik ook zoveel energie en levenskracht gevoeld.

Nu voelde ik dat niet. Ik keek tevreden terug op het afgelopen schooljaar, maar voelde me ook vermoeid. Ik had natuurlijk hard gewerkt en de laatste schooldag was naadloos overgegaan in de eerste vakantiedag.

In de westerse cultuur is een rustdag een dag in de week waarop niet wordt gewerkt. De andere dagen heten werkdagen zegt het woordenboek. Maar in deze tijd van tablets, smartphones, wifi en thuiswerken vind ik het vaak moeilijk werk en privé te scheiden en als je dan ook nog eens politiek als hobby hebt zijn er door het jaar heen eigenlijk weinig echte rustdagen.

Opeens had ik een rustdag. Een dag waarop ik eigenlijk behoefte had om met het verstand op nul 's-middags op de bank met een biertje naar wielrenners in Frankrijk te kijken, maar die reden uitgerekend vandaag dus juist niet.

Toch werd het een fijne rustdag. In de middag zat ik lekker op het balkon met mijn nicht Tilly en praatten we over de dood en over het leven. Ankie had nog voldoende energie om die avond een lekkere salade te bereiden en ik maakte daarna nog een korte wandeling met mijn zwager Hans.

De rustdag werd afgesloten met een goed glas wijn met Sander, Monique en Ankie aan het bed van Joop van Hezewijk die rustig lag te slapen.

Een rustdag was waar ik behoefte aan had en een rustdag was wat ik kreeg. Een dag waarop ik terug- maar ook vooruit kon kijken. Een dag ook die me tevreden en gelukkig stemde over het leven dat we samen hebben.

Een dag later werd er in Frankrijk gewoon weer gefietst. De nummer 3 van het klassement Tejay van Garderen stapte af maar de Tour wacht op niemand en die avond kreeg Chris Froome weer een nieuwe gele trui.

Joop van Hezewijk kreeg daar niks meer van mee, maar met alle familie aan haar bed ademde zij nog een paar dagen rustig door. Joop overleed vredig op 25 juli. 



Voor haar is nu iedere dag een rustdag. 




Ankie maakte het schilderij "Droom" in het laatste levensjaar van haar moeder. Voor het schilderij werd ze geïnspireerd door de volgende dichtregels van Toon Hermans:


Ik droom dat er wat groen zou zijn

waar ik mij neer kan leggen
waar ik luisterend naar de zomerwind
iets van een diepe stilte vind
waar 'k niks meer hoef te zeggen

Zie ook: www.ankievanhezewijk.com